post

Graanklander

Sitophilus granarius L.

Algemeen:

Sitophilus granarius L.

Sitophilus granarius L.

De graanklander is 3 tot 5 mm groot.
Het voorstuk van de kop is uitgegroeid tot een soort slurf, met helemaal aan het eind een mondje.
Aan weerszijden van de trompetsnuit zitten knotsvormige antennen, die zijn geknikt als een elleboog.
Lang geleden werd deze klander met de graanhandel in onze streken ingevoerd.
In Nederland komen ze o.a. voor in graanopslagplaatsen en keukenvoorraden.
Zijn voedsel bestaat uit graan (vooral tarwe en gerst), maar hij eet ook zetmeelhoudende waren als droog hondenvoer, zangzaad, erwten, macaroni, vermicelli etc.

Leefwijze:

Het vrouwtje boort met haar snuit een gat in een graankorrel of een ander product, legt er een eitje in en smeert het gat weer dicht met een afscheidingsproduct dat dezelfde kleur als het graan heeft. Op deze wijze kan zij twee tot drie eieren per dag leggen. Uit het eitje komt een larve, die de korrel van binnen uit opeet.
Na ongeveer vier weken verpopt hij zich binnen het omhulsel van de korrel en boort de volwassen kever zich een weg naar buiten.
Het graan is hierdoor uitgehold en niets meer waard.
Bovendien is het verontreinigd door de klanders, larven en hun uitwerpselen.

Wering en bestrijding:

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is niet nodig in de strijd tegen graanklanders en bovendien in de keuken zeer ongewenst. Aangetaste voorraden opsporen en weggooien. De vuilniszak meteen buiten zetten. Kasten en planken goed stofzuigen en grondig schoonmaken. Let daarbij vooral op de naden en kieren, de kevers kunnen langdurig overleven in voedselresten die in naden of kieren zijn achtergebleven.
Controleer de andere voorraden en berg ze op in goed afsluitende blikken of potten zodat een nieuwe aantasting niet meer mogelijk is.

Mocht toch nog meer informatie willen hebben, neem dan contact met ons op